Klein prinsesje. Zoals je aan kwam lopen over het tuinpad met een net gevangen meikever tussen je tandjes. Miauwend wat niet echt ging met dat ding in je kleine bekje, maar apetrots op je vangst en dat je die mee naar huis kon nemen. Dat is het beeld wat ik nu voor me zie als ik aan je terugdenk. Alles is energie. Alles wat ik ben, wat ik toen was, wat jij was en wat je nu bent is energie. En wat toen als een afscheid voelde, daarvan merkte ik al snel dat het helemaal geen afscheid was, maar alleen maar een verandering, de overgang naar een andere vorm van zijn.
Je bent nog steeds mijn prinsesje en daar ben ik zo blij mee. Zo blij. Omdat precies die blijheid me het gevoel geeft dat je nog fysiek bij me bent, ik je zachte neusje tegen mijn arm van voelen. Ik zie met mijn ogen dat dat niet zo is. Maar wat mijn hart me laat ervaren overwint dat. Ik zie zoveel mensen andere mensen missen: ouders, kinderen, broers of zussen, geliefden en soms andere huisdieren. En het doet me soms verdriet om te weten hoe het anders kan en dat ik dat niet altijd kan overbrengen. Er is een hoop kwetsbaarheid voor nodig om verandering en dood toe te laten als iets moois en iets om te verwelkomen. En tegelijk is een vaardigheid die ik echt iedereen gun.