Sommige momenten blijven je bij. En eentje ervan daar moest ik vandaag weer aan denken. Ik werkte voor een grote uitzendorganisatie. Berentrots was ik toen ik gevraagd werd om mee te werken aan een haalbaalheidsstudie voor een starten van een consultancy tak. Nieuwe dingen beginnen en pionieren heeft altijd mijn interesse gehad, en toen de vraag ook nog eens kwam van iemand waar ik een enorme klik mee had, hoefde ik niet lang na te denken.

Op een gegeven moment zouden we een gesprek aangaan met onze Belgische collega’s. Ik weet niet meer precies wat de aanleiding was, wel weet ik dat ik erheen ging met het gevoel dat het een enorm succes zou worden, dat ik alle vragen die ik vantevoren had bedacht op ze zou afvuren, dat ik een enorme indruk zou maken op mijn collega, die ik net iets te leuk vond, en dat we met een voldaan gevoel en een hoop informatie rijker de dag zouden afsluiten.

Niks bleek minder waar. Zittend naast mijn collega die heel makkelijk het woord deed, goeie vragen stelde en volledig het gesprek overnam voelde ik me kleiner en kleiner worden. Ik kon geen zinnig woord meer bedenken, laat staan een goeie vraag stellen. Ik klapte echt volledig dicht. Terug in de auto zei mijn collega tegen mij: “die onzekerheid, dat moet je niet meer doen. Daar heb je niets aan”. Volledig terecht, maar het zomaar even uitschakelen is er niet bij.

Het project heeft het niet gehaald. De zoveelste crisis stond voor de deur en het hele plan is ergens onder op een plank terecht gekomen. Maar goed ook, want ik was er in de verste verte niet klaar voor. Dat had niets te maken met kennis. Die had ik meer dan genoeg. Maar vooral met mijn onzekerheid en mijn eigen gevoel dat ik niet succesvol was. Succes dat, in de zakelijke omgeving waar ik toen zat, behoorlijk werd bepaald door de hoogte van je maandsalaris, of de auto van de zaak was of van jezelf, of door de magische woorden manager of directeur op je visitekaartje.

Ik raakte volledig mijn speelsheid kwijt daar aan tafel. En daarmee ook mijn gevoel van gelijkwaardigheid. Hoe kleiner ik me voelde, hoe meer ik ging opzien tegen hoe de anderen het deden. En hoe meer ik ging proberen om het op dezelfde manier te doen. Ik heb lang hogerop gewild. Wilde erbij horen. En kon het pas loslaten toen ik ging inzien dat ik het zelf was die mijn eigen talent en mijn eigen gevoel van gelijkwaardigheid tegenhield. Ik was degene die niet durfde te voelen wat ik eigenlijk wilde zeggen. En ik was zelf degene die geen nee durfde te zeggen tegen de veiligheid van geen mening hebben.

Terugkijkend voelde dat project als een kans op het creëren van mijn eigen speeltuin en voelde ik enorm veel vrijheid om te onderzoeken en uit te zoeken. Een plek waar ik de ruimte kreeg om mijn talent optimaal in te zetten. Een plek waar niemand de antwoorden had omdat we allemaal met iets nieuws bezig waren. En  een plek waar ik mezelf hard ben tegengekomen, zo hard gevoeld dat ik het niet kon, maar ook genoeg vertrouwen voelde om die fouten te durven maken. Het is voor mij een belangrijke schakel geweest in ontdekken wat ik wil en daarvoor durven gaan.

in werk is vertrouwen voor mij een enorm sleutelwoord. Als ik zou moeten omschrijven wat ik ‘verkoop’ dan is dat het. Vertrouwen. Liefst een paar kilo per dag. De ruimte krijgen om jezelf te zijn, dingen op mijn eigen manier te doen en tegelijkertijd iemand anders de ruimte geven om datzelfde te doen. Te leren vertrouwen dat de enige manier jouw manier is, en dat dat altijd de goeie manier is, ook als het daarmee een keer mis gaan. Das een prachtige test in vertrouwen hebben, om dan met een glimlach naar de scherven op de grond te kijken en tegen elkaar te zeggen; zo werkt het dus niet; en het dan anders te gaan doen.

We weten het met z’n allen niet deze dagen, dus das misschien een mooi moment om je vrijheid te pakken en het op jouw manier te gaan doen.

Liefs,

Petra

 

Ook de foto  is uit die tijd…