Er was eens een land. En in dat land was er een minister het hoofd van de regering, Deze minister deed enorm zijn best om het land op zo’n goed mogelijke manier te regeren. De minister vond ik een beetje een bijzondere minister, en bijzondere mensen vind ik altijd interessant, want bijzondere mensen doen dingen anders dan andere mensen. En daar wordt ik nieuwsgierig van. Deze minister was namelijk nog steeds alleen. Zoals vele andere bijzondere inwoners van zijn land kon ook hij de liefde maar niet vinden, of zo leek het in ieder geval. De minister maakte zich daar niet zo druk over, of ook hier: zo leek het in ieder geval. Het land regeren was zijn taak en daar leek hij het druk genoeg mee te hebben.

Op een dag werd het land ziek; veel mensen werden getroffen door een bijzonder virus. Daardoor moesten mensen binnen blijven, mochten mensen niet meer met elkaar knuffelen of elkaar aanraken. Mensen werden gedwongen om zich snel aan te passen om te zorgen dat niet meer mensen ziek werden. En de mensen luisteren naar de president. Omdat ze zelf ook de oplossing niet hadden. Ondanks dat veel mensen liefde, contact en aanraking miste. De tijdelijke aanpassingen werden geaccepteerd omdat het beter voelde om elkaar even wat meer ruimte te geven.

Lees verder